 |
 |
 |
|
 |
 |
Definitie.
De bloeddruk is klokvormig verdeeld in de bevolking.
Wanneer de bloeddruk gelijk is aan of hoger is dan 140 mmHg
voor de systolische bloeddruk en/of 90 mmHg voor de diastolische
bloeddruk spreekt men van hypertensie of te hoge bloeddruk.
Bij personen met een bloeddruk aan de ondergrens van de normale
waarden of onder deze waarden gaat het om hypotensie of lage
bloeddruk, doch er zijn geen algemeen aanvaarde minimumgrenzen.
Primaire hypotensie.
Bij primaire of constitutionele hypotensie kan geen oorzaak
worden aangetoond. De bloeddruk bevindt zich aan de onderzijde
van de klokvormige distributiecurve in de bevolking. Hypotensie
geeft niet noodzakelijk aanleiding tot klachten doch kan gepaard
gaan met vermoeidheid, zwaktegevoel, duizeligheid. Lage bloeddruk
is een eerder gunstige prognostische factor voor cardiovasculaire
aandoeningen en stelt geen klinisch probleem in afwezigheid
van symptomen. Secundaire
hypotensie.
Lage bloeddruk kan ook het gevolg zijn van een aantoonbare oorzaak,
zoals een laag circulerend bloedvolume, hartaandoeningen met
laag hartdebiet, ziekten van de bijnieren, cachexie, langdurige
bedrust. Orthostatische
hypotensie.
Bij het rechtstaan neemt het bloedvolume in de onderste ledematen
toe, waardoor de terugvloei van bloed naar het hart en het hartdebiet
afnemen en in principe dus ook de bloeddruk. De bloeddruk blijft
evenwel adequaat als gevolg van stimulatie van het sympathische
zenuwstelsel en verhoging van de vasculaire weerstand; de bloeddruk
is immers het product van het hartdebiet en de vasculaire weerstand.
Bij orthostatische hypotensie treedt een abnormale bloeddrukdaling
op bij het rechtstaan, gedefinieerd als een daling van de systolische
druk met meer dan 20 mmHg en van de diastolische druk met meer
dan 10 mmHg. Dit verloopt al dan niet symptomatisch en geeft
eventueel aanleiding tot ijlhoofdigheid, duizeligheid en zelfs
bewusteloosheid (syncope) als gevolg van gebrekkige bloedvoorziening
van de hersenen. De positionele bloeddrukval kan veroorzaakt
worden door te laag bloedvolume, disfunctie van het autonome
zenuwstelsel zoals onder andere bij suikerziekte of diabetes,
uitgebreide spataders, geneesmiddelen zoals diuretica, alfa-blokkeerders,
nitraten. De bloeddrukdaling bij het overeind komen is gemiddeld
groter bij ouderen dan bij jongeren door een tragere of minder
efficiënte reactie van het zenuwstelsel op de pooling van
bloed in de onderste ledematen.
Behandeling.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
|